Paste your Google Webmaster Tools verification code here

De Gele Kanarie fluit Andrew Bird

16 januari 2013 | Door | Categorie: De Gele Kanarie Fluit, Gele Kanarie: Nieuws Totaal, Muziek
Andrew Bird

Andrew Bird fluit het uit (Foto: Guus Krol)

In de rubriek De Gele Kanarie Fluit fluit de Gele Kanarie dit keer mee met Oh No van koning kunstfluiter Andrew Bird. Inderdaad: What’s in a name?

Het is natuurlijk een klein schandaal dat een artiest die zoveel voor de hedendaagse kunstfluiterij heeft betekend als de Amerikaanse singer/songwriter Andrew Bird, pas in aflevering 5 van deze succesreeks aan bod komt. We kunnen ons er natuurlijk achter verschuilen dat ‘kerst’ en ‘het fluitlied van 2012’ er tussendoor kwamen, maar een schandaal blijft het.

Warm hart
Want als er iemand is die keer op keer aantoont de kunstfluiterij een warm hart toe te dragen dan is het Andrew Bird wel. In een groot deel van zijn liedjes barst Bird – tot vreugde van zijn fans en nu en dan tot ergernis van andere volgers – in fluiten uit. Het zal dan ook vermoedelijk niet de laatste keer zijn dat Bird in deze rubriek behandeld wordt.

Middenregister
Hoe het allemaal begonnen is met fluiten, weet Bird zelf niet meer, zo zei hij vorig jaar tegen 3voor12. Wel zegt-ie dat zijn fluitje één van zijn belangrijkste instrumenten is geworden. ‘Voor mij is fluiten even belangrijk geworden als viool spelen.’ Uit een interview met de Volkskrant: ‘Dat fluiten is iets wat ik al mijn hele leven doe, maar vreemd genoeg heb ik lang geschroomd het te gebruiken in mijn eigen composities. Ik kende ook weinig pop waarin fluiten echt een meerwaarde bleek. Tot ik er achter kwam dat het warme uit het middenregister afkomstige fluitgeluid heel mooi te combineren valt met vioolklanken, het botst niet maar snijdt er recht doorheen en nestelt zich midden in de compositie.’

Zonnetje
U zult begrijpen: de Gele Kanarie is fan. Op de redactie wordt Birds muziek – tot ergenis van de Raad van Bestuur van de Gele Kanarie Media Group een paar deuren verderop – vaak gedraaid. En het was dan ook moeilijk beslissen welke Bird-song we hier in het zonnetje zouden zetten. Uiteindelijk is na lange discussies en een enkele iets te hard dichtgetrokken deur gekozen voor Oh No, het openingsnummer van Bird’s in 2008 verschenen cd Noble Beast. Beluister het lied hieronder en lees daarna ook de fluitanalyse daar weer onder.


Analyse
In het melodieuze Oh No zitten drie belangrijke fluitdelen: een prominent deel in de intro waarin de eerste melodielijn van de song wordt neergezet (in bovenstaand fragment tussen 0’19” en 0’32”), een achteloos tussenstuk op de achtergrond (tussen 2’43” en 2’55”) en een uitgebreid, gevoelig deel in de outro van de song (3’29” – 4’14”). Voor de puristen onder de analisten: ja, ook rond 2’24” zit een fluitstukje verstopt.
Het eerste deel is het stuk wat het best beklijft. De melodie is eenvoudig – maar daarom niet minder sterk! – en is ook voor ongeoefende thuisfluiters tamelijk snel onder de knie te krijgen (al vraagt het relatief snelle laatste stuk wel degelijk enige techniek). Het zijn dit soort fluitstukjes die het goed doen in het openbaar; probeer het zelf maar eens!
Het fluitstuk in het midden is weinig opvallend, maar niet minder subtiel. Bird accentueert hier met zijn fluitje het eerder in het lied geïntroduceerde en gezongen woo-ooh-hoo-refrein, dat hier fluitend wordt herhaald, waardoor Bird er een nieuwe zangmelodielijn overheen kan leggen.
Het slotdeel is verrassend. In plaats van voor een simpele fade-out of voor een slotakkoord op gitaar te kiezen, komt Bird met nog eens een nieuwe, gefloten melodielijn op de proppen, die prachtig om de subtiel wegstervende muziek heenfladdert. Vakwerk!
Opvallend is dat de fluit er in alle drie de stukken niet heel dik bovenop ligt. Het is netjes, het is verzorgd, maar het is geen opschepperige hogeschoolfluiterij (iets wat Bird wel overigens degelijk ik huis heeft, zie ook onderstaande live-video). Het zijn inderdaad stukken uit het ‘warme middenregister’.
Concluderend: Dit is exact een fluitlied zoals de gele kanarie het graag hoort: het goed verzorgde fluitdeel zit verpakt in een mooie song. De fluit is daarbij prominent aanwezig zonder zich hinderlijk op te dringen.

Analyse in sterren
Kwaliteit van de song:
Fluitmelodielijn:
Belang van de fluit in relatie tot de rest van de song:
Kwaliteit van de fluit:
Meefluitfactor:
Iconisch fluitgehalte:

Andrew Bird – Oh No
(Andrew Bird)
Fat Possum, Bella Union Records – 2008

Bekijk hier een live-uitvoering van Oh No:

Tags: , , ,

Laat een reactie achter